Dat er nog steeds aan verbeteringen wordt gewerkt spreekt vanzelf. Een goed voorbeeld hiervan is de Fähse Monomat, fig. 14. De machine bewerkt elke rij met een stervormig freesje, dat van 12 mesjes is voorzien en dat door een hydromotor wordt aangedreven. Ongeveer 10 cm voor elk freesje is een taster aangeberacht. Nadat een bepaalde, met een loopwiel in te stellen afstand, b.v. 25 cm, is afgelegd, wordt de taster onder stroom gezet. Raakt hij nu een goed geleidende plant, dan kan de stroom naar de aarde gaan. Door dit signaal worden vanuit de centrale schakelkast van de betreffende frees enige mesjes electrisch ingetrokken, zodat de geraakte plant blijft staan. Men kan het aantal in te trekken mesjes instellen, zodat men niet alleen de minimale afstand tussen de bietenplanten, maar ook de breedte van de blokjes waarop zij blijven staan kan instellen. De nodige stroom wordt van de trekkeraccu betrokken. De rijsnelheid ligt tussen 1,0 en 1,7 km/uur. Het is voor deze machine noodzakelijk dat de planten op een afstand van 7-8 cm staan. Verder moet het land schoon zijn om reageren van de taster op onkruidplanten te voorkomen. |
|
§ 3 onderhoud en reparatie van verzorgings-werktuigen Bij deze groep moeten de werkende delen, dus de schoffels
en de mesjes, om goed werk te kunnen leveren, scherp zijn. Is dit niet
het geval, dan worden de wortels van de onkruiden niet goed doorgesneden
en treedt er óf stropen op óf een deel van de onkruiden
wordt opzij geduwd. Vooral op losse grond moeten de schoffels goed scherp
zijn. Zowel de schoffelmachines als de rijendunners moeten met hun schoffels
of dunelementen de rijen nauwkeurig volgen. Dit houdt in, dat zij niet
zijdelings mogen slingeren en dat zij direct en nauwkeurig op de besturing
moeten reageren. Het is dan ook logisch dat er geen onnodig grote zijdelingse
speling in de besturing mag zijn. het scherpen van schoffels en mesjes Het scherpen door uitsmeden geeft in het algemeen betere resultaten dan dat door slijpen. |
Het is zaak er bij het uitsmeden voor te zorgen, dat niet alleen de bovenkant,
maar ook de onderkant zo glad mogelijk blijft en dat er geen abrupte overgangen
voorkomen. Verder moet men er vooral bij de punt op letten dat de schoffel
het goede model houdt en dat de snede niet al te dun wordt uitgesmeed.
Zijn de schoffels niet glad, dan heeft men te gauw last van aankoeken
en stropen. Is de punt of de snede te dun uitgesmeed, dan is de kans op
verbuigen ervan groot, met alle gevolgen van dien. Wordt er geslepen,
dan is het veelal nodig dit, om de correcte snijhoek te behouden, aan
de achterkant te doen. wegnemen van de speling in de wielen en de parallellogrammen Indien men een machine met slingerende schoffels of elementen in orde moet maken, dan zal men bij paardemachines eerst nagaan of de wielen niet te veel speling hebben. Zo nodig wordt dit, bijvoorbeeld door het monteren van nieuwe bussen, in orde gemaakt. |