CURSUS LANDBOUWTREKKERS

 

DE ROTERENDE BRANDSTOFPOMP

(Afb. B 45, B 45 a, B 45 b en B 45 c)

 

De constructie van deze pomp wijkt zeer veel af van de algemeen bekende brandstofpomp met terugstroomregeling. Inplaats van voor elke cilinder een pompelement, heeft de roterende pomp maar één element met tegenelkaar inwerkende plunjers en een roterende verdeler. De benodigde hoeveelheid brandstof per cilinder wordt verkregen door met een klep in de inlaatpoort de toevoer naar de pompplunjers te regelen. Deze klep wordt door een mechanisch of hydraulisch werkende regulateur bediend. In fig. 1 van afb. B 45 is de pomp in doorsnede weergegeven met een hydraulische regulateur en in fig. 2 met een mechanische. Het brandstofsysteem is in fig. 1 van afb. B 45a schematisch weergegeven.

Het hart van de pomp bestaat uit een stalen rotor, voorzien van een flens, welke de pomp- en verdelerrotor wordt genoemd. Deze wordt aangedreven door de motor via een tussenas met 'spiebanen'. De flens van de rotor bevat een dwarsboring met 2 pompplunjers en aan het andere einde van de rotor bevindt zich de stuwpomp. De pompplunjers worden via stoters door een stilstaande nokkenring naar binnen bewogen. De tegenlopende plunjers hebben geen plunjerveren, doch worden door de druk van de toestromende olie naar buiten bewogen. De rotor draait zelf in een stilstaande stalen mantel, welke de verdelerkop wordt genoemd.

Het verdelergedeelte van de rotor bevat een aantal kanalen welke zorgen voor wisselende verbinding van de cilinder der pompplunjers met de inlaatpoort, gevolgd door verbinding met één der uitlaatpoorten. De doorstroomopening van de inlaatpoort is veranderlijk en staat onder controle van de regulateur en bepaalt dus de hoeveelheid olie die per slag de plunjers kan bereiken..

Aan de hand van figuur 1 van afb. B 45a kunnen wij de werking van de pomp zien.

Door middel van een apart opvoerpompje wordt de olie onder druk naar het filter gepompt. Via dit filter bereikt de olie de stuwpomp, welke de druk opvoert. De capaciteit van de stuwpomp is veel groter dan het verbruik van de rotorpomp en het overschot gaat via een overdrukventiel naar de inlaatzijde van de stuwpomp. De olie onder stuwpompdruk paseert nu de inlaatklep en kan zodra de betreffende boringen tegenover elkaar staan de ruimte tussen de plunjers bereiken en deze uit elkaar drukken. Bij de daarop volgende persslag zal de verdelerpoort in lijn staan met één der uitlaatpoorten en de olie wordt door de naar elkaar toebewegende plunjers weggeperst in de hogedrukleiding, verstuiver etc. Zie ook fig. 2. De maximumhoeveelheid ingespoten brandstof is afhankelijk van de slag die de plunjers kunnen maken. De naar buiten gaande beweging wordt nl. begrensd door een verstelbare aanslag.

De regulateur kan mechanisch of hydraulisch werkend zijn uitgevoerd. Het principe van de hydraulische regulateur is te zien in fig. 1, afb. B 45. De inlaatklep (in de vorm van een plunjer) wordt belast aan de éne zijde door een veer, aan de andere zijde door de stuwpompdruk. Bij vermindering van de belasting b.v. zal het toerental van de motor toenemen en dus ook de stuwpompdruk, waardoor de inlaatklep tegen de veerdruk in bewogen wordt en de doorlaatopening kleiner. Een verminderde pompopbrengst is het gevolg en een nieuwe evenwichtstoestand zal gevonden worden.

 

 

 

Blad 80a — Zie hierbij Afb. B 45 en B 45a

 

Blad 80           Blad 80b

Inhoudsopgave

 





Copyright © Gerard Hoogendoorn 2000-2010