Nederlandse index
Homepage
English index

 

§ 2 schijvenploegen en schijveneggen

 

schijvenploegen

Een schijvenploeg, fig. 69, heeft een schuin op de rijrichting staand raam, waaraan de werkende - en dragende delen zijn bevestigd. Bij de echte schijvenploeg zijn de schijven afzonderlijk bevestigd, bij de stoppelschijvenploeg zitten de schijven net als bij een schijveneg op een as. Het raam wordt bij getrokken typen door drie wielen ondersteund; bij halfgedragen typen is er alleen een achterwiel. De wielen hebben meestal een flens om de op de ploeg werkende zijdelingse krachten op te vangen. De beide rechterwielen zijn schuin geplaatst en lopen in de voor. Het linkerwiel, dat voorzien is van een kapselautomaat (palkast), loopt op het nog onbewerkte land. De werkdiepte wordt met de voorste stelkruk ingesteld. Het raam schuift hierbij langs een verticale as van het wiel. Er is om het heffen te vergemakkelijken, evenals bij de achterwielen een hefveer aangebracht. De voorste stelkruk is via een kruk met een horizontale dwarsas verbonden. Aan het andere eind zit op deze as een arm, die via een trekstang met de zwenkarm van het landwiel is gekoppeld, zodat dit wiel met het voorwiel hoger en lager wordt gesteld. De stelkruk op het rechterachterwiel dient voor de vlakstelling.

 

 

 

 

De schijfdiameter varieert van 65-80 cm; de onderlinge afstand tussen de schijven is dienovereenkomstig 50-70 cm. Men kan de schijven bij de meeste schijvenploegen op het raam verplaatsen, zodat men hen verder van elkaar af en dichter bij elkaar kan bevestigen. Men kan de stand van de schijven ten opzichte van de rijrichting veranderen door de stand van de wielen te wijzigen. Hiervoor zijn stelgaten aanwezig. Verder is het mogelijk de helling van de schijven, door hen in een ander stelgat vast te zetten, te veranderen, fig. 70. Om aankleven van grond tegen te gaan zijn aan de binnenkant van de schijven, hoger en lager te stellen afstrijkers geplaatst, fig. 71. Bij normale schijvenploegen lijken deze wel iets op kleine risters.

Bij een stoppelschijvenploeg, fig. 71, zijn, zoals gezegd de schijven op één as bevestigd. De schijfgrootte varieert van 50-70 cm en de onderlinge afstand van 20-40 cm. De schijven kunnen alleen t.o.v. de rijrichting worden versteld. De hellingshoek kan niet worden veranderd; de schijven staan ongeveer verticaal. De afstelling komt overeen met die van de normale schijvenploeg.

fig. 69-I      Getrokken schijvenploeg (John Deere)

 

vorige pagina <<<       Inhoud       >>> volgende pagina