CURSUS LANDBOUWTREKKERS

HOOFDSTUK V — LUCHT- EN BRANDSTOFFILTERS

Paragraaf 17

INLEIDING

 

De reiniging van de inlaatlucht en van de brandstof is van het grootste belang. Wanneer men nagaat dat bij een verbruik van 1 liter brandstof de motor 12.000 liter lucht naar binnen zuigt en dat deze lucht alleen tijdens regen en sneeuwval vrijwel zonder stofdelen is, maar bij droog weer en bij werkzaamheden zoals dorsen en land zaaiklaar maken (met kooiwielen) bijna verzadigd is van stof, dan beseft men dat hieraan iets gedaan moet worden.

Een goede luchtfilter kan het grootste gedeelte van dit stof, dat als een uitstekend schuurmiddel werkt, opvangen.

Het is dan ook leerzaam te zien welk een hoeveelheid drab men, na enkele uren werken in een stoffige omgeving, weerhouden heeft om de motor te beschadigen.

Meerdere malen per dag reinigen van het filter in dergelijke omstandigheden is geen overbodige weelde.

Ook het zuiveren van de brandstof bij het werken onder stoffige omstandigheden is nodig. Op alle mogelijke manieren dringt stof in het brandstofsysteem en alleen een goede filtering, speciaal bij dieselmotoren met de kwetsbare brandstofpompen, kan ernstige beschadiging voorkomen. Dit laatste geldt dus in de eerste plaats voor gasolie , de brandstof voor dieselmotoren, maar ook, zij het in mindere mate, voor petroleum - en benzine ­motoren, de brandstof voor de gelijknamige mengselmotoren. Een eenvoudig bezinkbakje of -glaasje zal het voornaamste vuil en het water (condenswater) kunnen weerhouden de carburateur te verstoppen en de zuiger en cilinder te beschadigen.

Een nieuw soort brandstof, het L.P.G. (Liquified Petrol Gas) heeft geen filtering nodig omdat het in een volkomen van de buitenlucht afgesloten systeem verwerkt wordt. Dit gas (propaan en butaan) is bij normale luchtdruk van 1 atmosfeer gasvormig, maar bij een druk van ± 7 atmosfeer vloeibaar. In deze toestand bevindt het zich in de tank en via drukregelaars komt het in de speciale L.P.G.-carburateur en daarna in de motor. Dit gas is een uitstekende motorbrandstof met aantrekkelijke eigenschappen voor de gebruiker.

 

 

Paragraaf 18

LUCHTFILTERS (Afb. A 20)

 

Het in fig. 1 afgebeelde filter van de Caterpillar-rupstrekker reinigt de lucht in drie verschillende fasen. Na het binnenkomen in het filter via een grofzeef , waarmede stro en bladeren tegengehouden worden, geraakt de lucht door de spiraalvormig gebogen spleten van de wervelkap in een wervelende beweging. Grove zand- en kleideeltjes slingeren naar de omtrek en komen terecht in de glazen opvangbak van de voorreiniger . Door de centrale pijp gaat de lucht naar beneden en strijkt over het oppervlak van een oliebad waarin het fijne stof achterblijft. Er wordt door de lucht ook wat olie medegenomen, welke echter in het filterelement achterblijft en welke later over een terugvoerbodem weer in de bak terugloopt. De gezuiverde lucht stroomt nu uit het filter in het inlaatspruitstuk. Het oliebad moet minstens elke 60 uur ververst worden, doch bij erg stoffig werk dient men dit elke 5 uur te doen.

 

 

Blad 42 — Zie hierbij Afb. A 20

 

Blad 41           Blad 43

Inhoudsopgave

 





Copyright © Gerard Hoogendoorn 2000-2010