CURSUS LANDBOUWTREKKERS

HOOFDSTUK X — KOELING

 

Paragraaf 46

KOELWATERPOMPEN (Afb. A 50)

 

In het pomphuis (fig. 1), dat tegen het motorblok is bevestigd, is een waaier aangebracht. Deze waaier zuigt het water onder uit de radiator en brengt het in het motorblok . De waaier wordt door middel van een snaar vanaf de krukas aangedreven. De snaarschijf , welke voor de aandrijving zorgt, is tweedelig gemaakt waardoor het mogelijk is de snaar te spannen . De as is aan de voorkant in het huis gelagerd met een kogellager, terwijl een veer, welke een bronzen schijf tegen een grafietring drukt, voor de afdichting van de as zorg draagt.

De snaarschijf van de waterpomp van fig. 2 is door twee kogellagers ondersteund, het asje van de pomp is gelagerd in bronzen bussen (20) terwijl een pakkingbus (19) zorgt voor de afdichting. Bij eventuele lekkage kan deze bus met de moer (3) worden bijgesteld. Door middel van meenemer 6 zijn snaarschijf en pompas aan elkaar verbonden. De veren achter de meenemer drukken de pompas naar rechts waardoor deze aan de achterkant goed met de grafietring tegen de bronzen lagerbus (20) wordt gedrukt zodat hier dus geen water kan passeren.

Het spannen van de snaar kan geschieden door eerst het borghoutje (2) los te draaien en daarna de rechterhelft (1) van de snaarschijf naar de linkerhelft (11) ervan te schroeven waardoor de snaar hoger in de groef gaat lopen.

Fig. 3 geeft de situatie weer wanneer de dynamo en de waterpomp door de zelfde snaar worden aangedreven. Het spannen van de snaar geschiedt door het losdraaien van de bouten 1 en 4, waarna men de dynamo naar buiten drukt waardoor de snaren worden gespannen. Bout 1 wordt nu het eerst vast gezet, waarna ook bout 4 vastgedraaid kan worden. Een andere methode is afgebeeld in fig. 4. Hier bestaat de snaarschijf weer uit twee helften; de linkerhelft zit los op het rechter gedeelte. In het linker gedeelte zijn een drietal schuine sleuven gemaakt, waardoorheen afstelbouten steken. Door nu het linker gedeelte t.o.v. het rechter gedeelte rechtsom te verdraaien komen de helften dichter bij elkaar. In fig. 5 is de methode weergegeven zoals die bij de Lanz-trekker is toegepast. Deze methode berust op het verwisselen van ringen. In fig. 5a zijn alle ringen tussen de helften aangebracht en in fig. 5b is een tweetal ringen verwijderd en aan de buitenkant bijgelegd. De beide schijfhelften zijn hierdoor dichter bij elkaar gekomen en de snaar gaat dientengevolge hoger in de groef lopen, waardoor de overtollige lengte gecompenseerd wordt. Fig. 6 geeft een beeld van de mate waarin een snaar gespannen moet worden; de indrukking tussen twee schijven moet 1" of 2 ½ cm bedragen. Door middel van de bouten A, B en C kan dit geregeld worden. Wanneer de snaar te slap is zal deze doordat ze slipt, spoedig verslijten; bij te sterk gespannen snaren worden de lagers van de waterpomp en de dynamo te zwaar belast.

Het algemeen onderhoud aan de koelinstallatie van de trekker bestaat in hoofdzaak uit: het steeds op peil houden van het waterniveau ; er mag nooit koud water in een hete motor bijgevuld worden. Het meest geschikte water voor de koeling is regenwater, dat zo zuiver mogelijk moet zijn.

Na ieder seizoen dient men de koelwaterruimte met een. speciaal reinigingsmiddel, bijvoorbeeld soda , te reinigen. Na gebruik van antivries moet de koelwaterruimte goed doorgespoeld worden. Ook het uitwendige van het koelapparaat moet schoon zijn; en vooral de radiator dient van tijd tot tijd gereinigd te worden.

 

 

Blad 89 Zie hierbij Afb. A 50

 

Blad 88           Blad 90

Inhoudsopgave

 





Copyright © Gerard Hoogendoorn 2000-2010